Een rechtzaak op de rol zetten is duurder geworden

Bij het inleiden van een nieuwe zaak voor de burgerlijke rechtbank betaal je sinds 1 juni 2015 meer rolrechten. Hoeveel de kostprijs van deze rolrechten juist bedraagt hangt enerzijds af van de soort rechtbank en anderzijds van de hoogte van de invordering die de eisende partij wil bekomen.

Minister van Justitie Koen Geens voerde deze regeling in om burgers er toe aan te zetten de weg van het constructief overleg te kiezen. Indien het voor de partijen niet lukt om tot een oplossing te komen dan kan men er alsnog voor kiezen de zaak voor de rechtbank te brengen. De burger dient hiervoor rolrechten of griffierechten te betalen om zo de administratieve kosten van een rechtsgeding te dekken. Vermits de werklast voor justitie de laatste jaren exponentieel is toegenomen wordt deze aanpassing tevens doorgevoerd om de rolrechten opnieuw in verhouding te brengen. Op termijn zou deze verhoging eveneens moeten zorgen voor een daling van het aantal processen. Ook na deze verhoging blijft de kostprijs om een zaak op de rol te brengen in België lager dan bij onze buurlanden Frankrijk en Nederland.

Dit zijn de aangepaste tarieven sinds 1 juni 2015, afhankelijk van de vordering van de eisende partij:

Vredegerecht en politierechtbank: 40 of 80 euro rolrechten

Rechtbank van eerste aanleg: 100, 200 of 300 euro rolrechten

Familierechtbank: 100 euro rolrechten

Arbeidsrechtbank en fiscale kamer: geen rolrechten, tenzij het bedrag van de vordering hoger is dan 250.000 euro

Hof van beroep en Hof van cassatie: 210 tot 1.200 euro 

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]