Hoeveel alimentatie dien ik te betalen voor mijn kind?

Bijna dagelijks wordt ons door ouders, die beslist hebben uit elkaar te gaan, de vraag gesteld of er vaste barema's bestaan voor onderhoudsbijdragen voor kinderen. Dergelijke barema's zijn er niet, want er zijn diverse factoren waar rekening mee gehouden moet worden.

De wet gaat uit van het principe dat elk kind recht heeft op een 'gelijkwaardige levensstandaard' bij beide ouders. Indien de ene ouder het financieel beter heeft dan de andere, dan dient dit verschil te worden gecompenseerd. Dit kan op verschillende manieren, bijvoorbeeld door de ouder met het laagste inkomen de volledige kinderbijslag toe te kennen en het fiscaal voordeel van de kinderen, maar in sommige gevallen wordt daarnaast ook een onderhoudsbijdrage voorzien.

Onderhoudsbijdrage

Hoeveel deze onderhoudsbijdrage juist bedraagt hangt af van de concrete situatie.

Een eerste bepalende factor is de verblijfsregeling. Indien het kind voltijds bij één van de ouders verblijft en slechts één weekend om de veertien dagen bij de andere ouder, dan zal de onderhoudsbijdrage hoger liggen dan bij een 9-5 regeling of een gelijkmatig verdeeld verblijf. We merken dat er een wijdverbreid misverstand bestaat dat een week-weekregeling automatisch zou betekenen dat er geen onderhoudsbijdrage moet betaald worden. Dit klopt niet: ook in dat geval kan een onderhoudsbijdrage opgelegd worden, als de financiële situatie van beide ouders aanzienlijk verschilt.

Dit brengt ons immers tot een tweede belangrijk criterium: de inkomsten en mogelijkheden van beide ouders. Er wordt niet enkel rekening gehouden met de daadwerkelijk ontvangen inkomsten, maar ook met de mogelijkheden en 'virtuele' inkomsten. Wanneer één van de ouders zou beslissen minder te werken zonder dat hiertoe een noodzaak bestaat (leeftijd, gezondheid, opvang kinderen,...), dan zal de rechtbank ook rekening houden met de mogelijkheden die deze ouder onbenut laat. Ook indien een ouder, naast het ontvangen loon, nog voordelen in natura geniet, of inkomsten in een vennootschap behoudt zonder deze uit te keren, dan zal hier rekening worden gehouden met het 'globale' inkomen.

Een derde peiler is de concrete 'kostprijs' voor een kind. De Gezinsbond heeft hieromtrent een studie uitgevoerd, die ook regelmatig door de Antwerpse rechtbanken wordt gehanteerd. Deze cijfers geven een algemene richtlijn van de kost van een kind per leeftijd, uitgaand van een modaal inkomen. Om een voorbeeld te geven: een kind tussen 8 en 9 jaar kost 398 EUR per maand in een gezin met een gezamenlijk netto inkomen van  2.115,03 EUR (uitgezonderd specifieke kosten zoals kinderopvang, schoolkosten, buitengewone kosten).

Vooraleer een exact bedrag wordt berekend op basis van voorgaande peilers (verblijfsregeling, inkomen ouders en kostprijs/leeftijd kind), wordt ook rekening gehouden met de kinderbijslag (die ofwel gedeeld ofwel aan één ouder toegekend) en met het fiscaal voordeel (dat ook kan worden gedeeld of aan één ouder toegekend).

Buitengewone kosten

Een belangrijk punt zijn, tot slot, de 'buitengewone kosten'. Dit zijn de kosten die minder frequent voorkomen, met name grote medische kosten (vb: orthodontie), grote schoolkosten (schoolreizen, studentenhuisvesting, etc.) en de kosten voor sport en ontspanning  (lidgeld en materiaal sportclub of jeugdbeweging, etc.). De rechtbank zal doorgaans een maandelijkse onderhoudsbijdrage voorzien als bijdrage in het levensonderhoud van het kind en in de 'courante' kosten, en daarnaast een separate verdeling van de buitengewone kosten, bij helften of volgens een ander breukdeel. Ook deze verdeling is afhankelijk van het inkomen/draagkracht van de ouders. Wanneer er veel discussie is over deze kosten, dan kan er wel een forfaitaire 'all in' onderhoudsbijdrage voorzien worden, die dan uiteraard hoger zal zijn. Veel ouders opteren er voor om te werken met een 'kindrekening' voor deze kosten, omdat dit transparanter is en veel discussies over voorgeschoten en niet terugbetaalde kosten vermijdt.

Berekening

Op de vraag: 'Hoeveel dien ik te betalen voor mijn kind?' is dus geen pasklaar antwoord mogelijk.

Uiteraard is het wel mogelijk om aan de hand van de hiervoor opgesomde criteria een concrete berekening te maken. Daartoe bestaan diverse berekeningsmodules zoals deze van de Gezinsbond en methode Renard. Deze laatste methode houdt echter geen rekening met de verdeling van de kosten en het fiscaal voordeel zodat dit ook soms een vertekend beeld kan geven.  

Deze berekeningsmethodes worden niet zonder meer toegepast door de rechtbanken: het uiteindelijke bedrag blijft afhankelijk van de hiervoor aangehaalde elementen, die uiteraard variëren in elke concrete situatie. Deze methodes vormen wel een goede richtlijn, op basis waarvan ouders tot een onderhandelde oplossing kunnen komen.

Een grondig vooraf uitgewerkt advies van een advocaat, kan veel onnodige discussies en procedures hieromtrent voor de rechtbank vermijden.

Nous utilisons des cookies pour retenir vos préférences de langage et améliorer votre expérience de surf. En savoir plus[OK]