Belastingneutrale zetelverplaatsing uitgebreid tot alle binnenlandse vennootschappen (art. 47, 48, 49 en 52 W. Div. Bep.)

Vanaf 1 januari 2011 zal er geen exitheffing meer plaatsvinden wanneer een Belgische vennootschap haar zetel verplaatst naar een andere lidstaat van de Europese Unie en voldoet aan de voorwaarden van artikel 214bis van het WIB 1992. Dat blijkt uit de ‘wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen’.

 De fiscus belast het overbrengen van de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of van beheer naar het buitenland als een ontbinding met vereffening (art. 210 §1, 4° WIB 1992). Maar het fiscale liquidatieregime (art. 210 §1, 4° juncto, art. 208 en 209, WIB 1992) is niet van toepassing als een Europese vennootschap (SE) of Europese coöperatieve vennootschap (SCE) die gevestigd is in België, dat doet.

De niet-belastbaarheid geldt alleen voor de bestanddelen die na de zetelverplaatsing blijvend aangewend worden in een Belgische inrichting waar de SE of SCE (al dan niet door de overname) over beschikt, en die bijdragen tot de totstandkoming van de in België belastbare resultaten van die inrichting. Bovendien wordt belastingheffing enkel uitgesloten als de vrijgestelde reserves van de SE of SCE vóór de overbrenging, die niet verbonden zijn aan een buitenlandse inrichting, teruggevonden worden binnen het eigen vermogen van de Belgische inrichting van deze vennootschap (art. 214bis WIB 1992, ingevoerd door de Fusiewet).

De Europese Commissie meent echter dat de Belgische exitheffingsregels onverenigbaar zijn met de Europese vrijheid van vestiging, omdat de fiscus zeteloverplaatsingen naar het buitenland van Belgische vennootschappen wel belast, terwijl zetelverplaatsingen binnen België niet worden belast (gemotiveerd advies nr. 2008/4250 Europese Commissie aan België, 18 maart 2010). Daarom breidt de 'wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen' het toepassingsgebied van artikel 214bis WIB 1992 uit tot alle 'binnenlandse vennootschappen' (aanpassing art. 214bis, art. 229, § 4, lid 10 en art. 240bis, § 2, WIB 1992). Vanaf 1 januari 2011 zal er dus geen exitheffing meer plaatsvinden wanneer een Belgische vennootschap haar zetel verplaatst naar een andere lidstaat van de Europese Unie en voldoet aan de voorwaarden van artikel 214bis van het WIB 1992.

Bron: Wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen, BS 6 mei 2011 (art. 47, art. 48, art. 49 en art. 52).

Zie ook:

Wet van 11 december 2008 houdende wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde het in overeenstemming te brengen met de Richtlijn 90/434/EEG van de Raad van 23 juli 1990 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor fusies, splitsingen, gedeeltelijke splitsingen, inbreng van activa en aandelenruil met betrekking tot vennootschappen uit verschillende lidstaten en voor de verplaatsing van de statutaire zetel van een SE of een SCE van een lidstaat naar een andere lidstaat, gewijzigd bij de Richtlijn 2005/19/EEG van de Raad van 17 februari 2005, BS 12 januari 2009, 672 (Fusiewet).

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]