Op naar 50 dagen studentenarbeid

Vanaf 2012 kunnen studenten 50 dagen werken onder de gunstige regeling voor studentenarbeid. Dit kan gespreid over het hele jaar en met een uniforme solidariteitsbijdrage.

Studentenarbeid

Afgelopen zomer heeft de wetgever opnieuw gesleuteld aan de regels voor studenten die studentenarbeid verrichten. Jobstudenten kunnen rekenen op een gunstige behandeling in de sociale zekerheid, en dat regime wordt vereenvoudigd in twee etappes.

Een wet van 28 juli 2011 heeft de eerste stap gezet:

Er geldt voortaan een eenvormige solidariteitsbijdrage van 8,13%. De werkgever betaalt 5,42%, de student 2,71%. En het onderscheid tussen werken tijdens de maanden juli, augustus en september, en werken tijdens de rest van het jaar verdwijnt.

In de dimona-aangifte moet de werkgever voortaan ook het aantal dagen vermelden waarop de student zal werken, telkens ingedeeld per kwartaal. Een correctie achteraf is mogelijk.

De maximale duur van de studentenovereenkomst wordt uitgebreid van 6 tot 12 maanden.

Deze aanpassingen treden in werking op 1 januari 2012.

50 arbeidsdagen

Nu maakt de Koning het werk af. Hij zorgt ervoor dat studenten vanaf volgend jaar 50 dagen per jaar kunnen werken onder het gunstige studentenregime. Voor die dagen vallen ze immers niet onder de klassieke socialezekerheidsregeling voor werknemers. Werkgever en student betalen geen gewone bijdragen, maar de veel voordeligere solidariteitsbijdragen.

Op dit moment ligt het maximum aantal arbeidsdagen nog op 46 per jaar:

23 dagen in de zomermaanden;

23 dagen in de periodes van niet verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen, met uitzondering van de zomermaanden.

Maar die opdeling valt weg. De 50 arbeidsdagen zijn voortaan dus vrij te kiezen, gespreid over het ganse jaar, gedurende de periodes van niet verplichte aanwezigheid in de onderwijsinstellingen.

Let op! De dagen gepresteerd als student worden afgetrokken van het maximaal aantal dagen dat men kan werken als gelegenheidswerknemer. RSZ-vrije arbeid in de socio-culturele sector vormt geen probleem, en kan tot 25 dagen per jaar gecumuleerd worden met de 50 dagen studentenarbeid.

Via een elektronische teller bij de RSZ zullen werkgever en student kunnen nagaan hoeveel dagen de student nog kan werken onder het statuut van student.

Overschrijding plafond

Wanneer de student meer dan 50 dagen werkt bij dezelfde werkgever, dan zullen ze beide gewone SZ-bijdragen moeten betalen voor de volledige periode van tewerkstelling. Dit principe van retroactieve regularisatie werd voordien ook al toegepast.

Wanneer de overschrijding van de 50-dagen-grens zich voordoet bij verschillende tewerkstellingen bij verschillende werkgevers, gebeurt er geen retroactieve regularisatie. Dit op voorwaarde dat de werkgever waarbij de overschrijding plaatsvindt, vanaf de 51ste dag een correcte aangifte heeft gedaan. De prestaties van de student worden vanaf dat moment onderworpen aan de gewone SZ-bijdragen.

Bron: Koninklijk besluit van 12 september 2011 tot wijziging van artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 30 september 2011

Zie ook:
- Wet van 28 juli 2011 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten die niet onderworpen zijn aan het stelsel van sociale zekerheid, BS 19 augustus 2011
- Koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, BS 5 december 1969 (art. 17bis van het Uitvoeringsbesluit RSZ-wet)

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]