België ratificeert Cybercrimeverdrag

Vanaf 1 december 2012 geldt het Cybercrimeverdrag ook in België. Elf jaar na de ondertekening heeft ons land het document, dat op 23 november 2001 werd aangenomen binnen de Raad van Europa, geratificeerd. Hoewel al aan de meeste vereisten is voldaan, vraagt de internationale strijd tegen cybercriminaliteit toch nog enkele aanpassingen aan onze nationale wetgeving?

Strijd opgevoerd

Door de instemming met het Cybercrimeverdrag schaart België zich achter de internationale afspraken over computercriminaliteit. De tekst uit 2001 vormt het eerste dwingende instrument van internationaal recht dat misbruiken in cyberspace bestrijdt. Het verbiedt onder meer computerfraude, hacken en het bezitten, maken en verspreiden van kinderpornografie en virussen. Ook schending van het auteursrecht en merkenrecht wordt strafbaar gesteld. Daarnaast zorgt het ervoor dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schade die ontstaat door onder meer hacking.

Het document is ondertussen meer dan 10 jaar oud. Toch blijft het de basis voor internationale uniformiteit in opsporing, bestraffing en samenwerking op vlak van cybercrime.

België ondertekende het verdrag op 23 november 2001, de dag waarop het binnen de Raad van Europa werd aangenomen in Boedapest. De bekrachtiging liet meer dan 10 jaar op zich wachten door onenigheid over het Aanvullend Protocol. Dat protocol bestraft alle vormen van genocide die erkend zijn door een internationaal tribunaal, terwijl de Belgische Genocidewet alleen de genocide bestraft die tijdens WOII door het Duitse regime werd gepleegd. Vandaag stemt ons land alleen in met het verdrag. De instemmingswet treedt in werking op 1 december 2012.

Aanpassingen wetgeving

Het verdrag bestaat uit 3 onderscheiden domeinen. In de eerste plaats worden een reeks informaticagerelateerde misdrijven gedefinieerd waartegen alle partijstaten zouden moeten optreden. Vervolgens bevat het verdrag een reeks procedurele maatregelen die de staten moeten nemen om over een efficiënt opsporings- en onderzoeksmechanisme te kunnen beschikken. Ten slotte volgen een aantal verplichtingen voor een vlotte internationale samenwerking.

Hoewel het Belgisch recht al aan de meeste bepalingen voldoet, dringen zich toch enkele aanpassingen op. Zo moeten partijstaten ervoor zorgen dat hun bevoegde overheden in staat zijn om ?via een bevel of op soortgelijke wijze' specifieke computergegevens zoals verkeersgegevens te bewaren. De vermelding ?bevel of op soortgelijke wijze' doelt op andere rechtsmiddelen voor bewaring dan een gerechtelijk of administratief bevel of een onderzoek (bijvoorbeeld van de politie of het parket). De gegevens kunnen op basis van de bepaling dus bewaard worden d.m.v. een huiszoeking of een inbeslagname, zelfs indien het Belgisch recht niet voorziet in bevelen tot bewaring. Hiervoor zal België zijn wetgeving moeten aanpassen.

Als verkeersgegevens op basis van deze methode moeten worden bewaard, moeten partijstaten erop toezien dat ?een snelle bewaring mogelijk is ongeacht of een of meer serviceproviders bij de verzending van die gegevens betrokken waren'. Ze moeten er dan ook voor zorgen dat de bevoegde autoriteit of (persoon die daardoor wordt aangewezen) een hoeveelheid verkeersgegevens krijgt om te achterhalen wie de serviceproviders zijn en langs welke weg de gegevens zijn verzonden. Deze maatregelen zijn momenteel niet voorzien door ons recht.

Nationale interpretaties

Naast wettelijke aanpassingen, vereisen enkele bepalingen een verklaring van België. Ze zijn samen met de instemmingswet en de vertaling van het verdrag gepubliceerd in het Staatsblad.

Interne hacking

Het verdrag verplicht de partijstaten om ?de opzettelijke en onrechtmatige toegang tot een computersysteem of een onderdeel daarvan strafbaar te stellen'. In België is hacking strafbaar op basis van artikel 550bis van het Strafwetboek. Met betrekking tot de eerste paragraaf (externe hacking) wordt alleen algemeen opzet vereist. De tweede paragraaf met betrekking tot interne hacking vereist echter bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden. België verklaart daarom ?dat het interne hacking slechts strafbaar zal stellen wanneer het gepleegd wordt met bedrieglijk opzet of het oogmerk om te schaden'.

Computervervalsing

De partijstaten moeten ook ?het opzettelijk en onrechtmatig invoeren, wijzigen, wissen of verwijderen van computergegevens' strafbaar stellen, indien het leidt tot niet-authentieke gegevens die gebruikt worden voor rechtmatige doeleinden alsof ze authentiek waren, ongeacht of de gegevens al dan niet rechtstreeks leesbaar en begrijpelijk zijn. Met artikel 210bis van het Strafwetboek voldoet ons land aan deze verplichting. Toch vereist artikel 193 van het Strafwetboek dat valsheid in informatica wordt gepleegd met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden. Ook hier verklaart België daarom dat ?de gedragingen slechts strafbaar te stellen wanneer ze gepleegd zijn met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden'.

Tot slot behoudt België zich de mogelijkheid voor om de verdragsbepaling met betrekking tot het vestigen van rechtsmacht ten aanzien van strafbare feiten aan boord van een luchtvaartuig slechts toe te passen onder toepassing van artikel 36 van de Luchtvaartwet. Dat beschouwt misdrijven bedreven aan boord van een Belgisch varend luchtvaartuig als misdrijven bedreven in België. Ook m.b.t. het vestigen van rechtsmacht ten aanzien van strafbare feiten wanneer het misdrijf is begaan door een Belgische onderdaan hanteert ons land een voorbehoud in de toepassing.

Dienst Internationale Rechtshulp in Strafzaken en FCCU

De dienst Internationale Rechtshulp in Strafzaken bij de FOD Justitie is in ons land verantwoordelijk voor de verzending en ontvangst van verzoeken om uitlevering of voorlopige arrestatie. De dienst staat ook in voor de verzoeken om wederzijdse bijstand.

Het verdrag verplicht iedere partijstaat om een meldpunt aan te wijzen dat 24/7 beschikbaar is voor bijstand in onderzoeken of procedures. Voor België is dit de Federale Computer Crime Unit (FCCU).

Bron: Wet van 3 augustus 2012 houdende instemming met het Verdrag betreffende de computercriminaliteit, gedaan te Boedapest op 23 november 2001, BS 21 november 2012.

Zie ook
Wet van 28 november 2000 inzake informaticacriminaliteit, BS 3 februari 2001.
Strafwetboek.
Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag betreffende de computercriminaliteit, gedaan te Boedapest op 23 november 2001, Parl. St. Senaat 22 mei 2012, Verslag, nr. 5-1497/2.
Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag betreffende de computercriminaliteit, gedaan te Boedapest op 23 november 2001, Parl. St. Senaat 22 mei 2012, Memorie van toelichting, nr. 5-1497/1.

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]