Grondwettelijk Hof vernietigt deel Salduz-wet

Het Grondwettelijk Hof heeft op 14 februari 2013 een aantal bepalingen van de Salduz-wet vernietigd. Volgens het Hof moet het voorafgaand vertrouwelijk overleg met een advocaat ook gelden voor de verkeersmisdrijven die op basis van de huidige tekst waren uitgesloten. Daarnaast gelden verhoren zonder voorafgaandelijk overleg of bijstand niet als bewijselement voor een veroordeling. Dus ook niet als ze door andere bewijselementen bevestigd worden.

Voorafgaandelijk overleg met advocaat ook voor verkeersmisdrijven

Een verdachte heeft op basis van de Salduz-wet het recht om, vóór het eerste verhoor, een vertrouwelijk overleg te hebben met zijn advocaat. Die mogelijkheid bestaat voor iedereen die verdacht is van een misdrijf waarvoor hij kan aangehouden worden. Dit betekent dat het moet gaan om misdrijven waarop een gevangenisstraf staat van een jaar of meer.

Voor een aantal verkeersmisdrijven was dat voorafgaandelijk overleg echter niet toegelaten. Hadden volgens de originele tekst van de Salduz-wet geen recht op overleg: verdachten van

misdrijven omschreven in de wetten en verordeningen op de barelen, de openbare en geregelde diensten van gemeenschappelijk vervoer te land en te water, de wegen te land en te water en het wegverkeer;

wanbedrijven omschreven in artikels 418 tot 420 van het Strafwetboek, wanneer de doding of de slagen of verwondingen het gevolg zijn van een verkeersongeval;

wanbedrijven omschreven in artikel 422 van het Strafwetboek (opzettelijke oorzaak treinongeval);

wanbedrijven omschreven in artikels 22, 23 en 26 van de wet van 21 november 1989 op de verplichte aansprakelijkheidsverzekering voor motorrijtuigen en van het rechtsmiddelen bedoeld in artikel 21§4 van die wet, ingeval van inbeslagneming van deze voertuigen.

Hoewel het volgens het Hof aanvaardbaar is dat de wetgever de gevallen van een voorafgaandelijk verhoor om praktische redenen wil beperken tot verdachten die nog niet van hun vrijheid zijn beroofd, is de uitsluiting van een volledig contentieux, met inbegrip van de zwaarste misdrijven die zich in die materie kunnen voordoen, niet redelijk verantwoord. Het Hof heeft het betrokken artikel 47bis, §2, eerste lid, 3° van het Wetboek van Strafvordering daarom vernietigd.

De wetgever krijgt tot 31 augustus 2013 de tijd om de bepaling in overeenstemming te brengen met het arrest. Tot dan blijven de gevolgen van het vernietigde artikel gehandhaafd.

Verdachte inlichten over vrijheid

Vooraleer een verdachte wordt verhoord over de misdrijven die hem ten laste worden gelegd, ontvangt hij een schriftelijke verklaring met daarin een beknopt overzicht van de feiten en een overzicht van zijn rechten (zwijgrecht, recht om zichzelf niet te beschuldigen, en recht op voorafgaand vertrouwelijk overleg). Het Hof vernietigt deze bepaling (art. 47bis, §2, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering) in zoverre ze er niet in voorziet dat de persoon die moet worden ondervraagd, erover moet worden ingelicht dat hij niet is aangehouden en dus kan gaan en staan waar hij wil. Een must volgens het Hof.

Ook hier heeft de wetgever tot 31 augustus 2013 de tijd om de bepaling aan te passen. Tot dan worden de gevolgen van het artikel gehandhaafd.

Sanctie wanneer bijstandsregels niet worden gerespecteerd

Het Hof is van mening dat verhoren zonder voorafgaandelijk overleg of bijstand niet kunnen dienen als bewijselement tout court. Maar dit is in de huidige wettekst niet duidelijk weergegeven. Daar staat immers dat tegen een persoon geen veroordeling kan worden uitgesproken wanneer die ?enkel' gegrond is op verklaringen die hij heeft afgelegd in strijd met de bijstandsregels (art. 47bis, §6 van het Wetboek van Strafvordering). Wanneer die verklaringen bevestigd worden door andere bewijselementen zouden de verklaringen dus wel in aanmerking kunnen genomen worden door een feitenrechter. Daarom wordt het woord ?enkel' uit de wettekst geschrapt.

Bron: GwH 14 februari 2013, nr. 7/2013.

Zie ook
Wetboek van Strafvordering.
Wet van 13 augustus 2011 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering en van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, om aan elkeen die wordt verhoord en aan elkeen wiens vrijheid wordt benomen rechten te verlenen, waaronder het recht om een advocaat te raadplegen en door hem te worden bijgestaan, BS 5 september 2011. (Salduz-wet)

Nous utilisons des cookies pour retenir vos préférences de langage et améliorer votre expérience de surf. En savoir plus[OK]