Bestuurlijke lus bij Raad van State ongrondwettig

Het Grondwettelijk Hof vernietigt - onder meer op vraag van de Orde van Vlaamse Balies - de bestuurlijke lus bij de Raad van State. Om drie redenen. De bestuurlijke lus is in strijd met de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter en met het recht op toegang tot de rechter. En zij doet afbreuk aan de formele motiveringsplicht.

Bestuurlijke lus

De Raad van State kan via een tussenarrest het verwerende bestuur opdragen om een onregelmatigheid in zijn beslissing nog tijdens de administratieve procedure te herstellen. Op die manier hoeft het niet tot een vernietiging te komen.

Het Grondwettelijk Hof heeft in een arrest van 16 juli 2015 beslist dat die bestuurlijke lus ongrondwettig is. En daarvoor zijn drie redenen.

Geen onafhankelijke en onpartijdige rechter

De wetgever stelt dat het door de Raad van State voorgestelde herstel van de onregelmatigheid geen weerslag mag hebben op de inhoud van de akte of het reglement. Het herstel moet inhoudelijk leiden tot dezelfde beslissing.

Het Grondwettelijk Hof vindt deze regel indruist tegen de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter: de Raad van State krijgt immers de kans om zijn standpunt over de uitkomst van het geschil kenbaar te maken.

Het rechterlijk toezicht van de Raad van State bestaat - volgens het Hof - uit een externe en interne wettigheidscontrole. Dit mag echter niet zover gaan dat de Raad zijn beoordeling in de plaats kan stellen van de discretionaire beoordelingsbevoegdheid van de administratie. Het vaststellen van de inhoud van een discretionaire beslissing is - ook bij een herstel van een onregelmatigheid - geen taak van de rechter, maar wel van het bestuur zelf.

Geen toegang tot de rechter

De bestuurlijke lus schendt ook het recht op toegang tot de rechter.

De Raad van State draagt het bestuursorgaan bij tussenarrest op om de bestuurlijke lus toe te passen. Die toepassing kan echter gevolgen hebben voor de belanghebbenden die geen beroep hebben ingesteld en ook niet zijn tussengekomen in het geding. De wetgever voorziet immers niet in de mogelijkheid om een beroep in te stellen tegen de beslissing die met toepassing van de bestuurlijke lus is genomen. En hierdoor wordt het recht op toegang tot de rechter geschonden

Formele motiveringsplicht

Het Hof vindt tot slot ook dat de bestuurlijke lus de formele motiveringsplicht schendt.

Bestuurshandelingen van administratieve overheden moeten uitdrukkelijk gemotiveerd zijn. Bestuursorganen kunnen ? via toepassing van de bestuurlijke lus ? individuele bestuurshandelingen die niet uitdrukkelijk gemotiveerd zijn toch nog van een motivering voorzien. En dat kan niet, zegt het Grondwettelijk Hof. Diegene tot wie de akte gericht is ? en trouwens ook elke belanghebbende derde ? moet onmiddellijk kennis kunnen nemen van de motieven van de beslissing. Daarom moeten die in de bestuurshandeling zelf vermeld worden. Die uitdrukkelijke motivering stelt de bestuurde in staat om te beoordelen of er redenen zijn om een beroep in te stellen. En als hij de motieven die de beslissing verantwoorden pas achteraf te weten komt - nadat hij het beroep heeft ingesteld - schiet die formele motiveringsplicht haar doel voorbij.

Vernietiging

Het Hof beslist daarom om artikel 13 van de Wet van 20 januari 2014 te vernietigen.

Bron: GwH 16 juli 2015, nr.103/2015

Bron: RvS-wet (art. 38)

Bron: Wet van 20 januari 2014 houdende hervorming van de bevoegdheid, de procedureregeling en de organisatie van de Raad van State, BS 3 februari 2014

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]