Juridische constructies: meer in de EER gevestigde vennootschappen onderworpen aan de kaaimantaks

Een KB van 18 december 2015 breidt de lijst uit van de in de EER gevestigde vennootschappen, verenigingen, inrichtingen, instellingen of entiteiten, met rechtspersoonlijkheid, die de fiscus toch als een 'juridische constructie' beschouwt.

Meer ondernemingen onderworpen aan kaaimantaks

Voortaan zijn (in afwijking van art. 2, § 1, 13°, b), tweede lid, WIB 1992) de in de Europese Economische Ruimte (EER) gevestigde en in de hiernavolgende lijst opgenomen vennootschappen, verenigingen, inrichtingen, instellingen of entiteiten, die rechtspersoonlijkheid bezitten, een juridische constructie:

de in artikel 2, § 1, 13°/1, tweede lid van het WIB 992 (ingevoerd bij art. 102, b), wet op de jobcreatie) bedoelde instellingen, entiteiten en vennootschappen;

een vennootschap die niet in het toepassingsgebied van artikel 29, § 2 van het WIB 1992 is begrepen: in de mate dat deze inkomsten van Belgische oorsprong verkrijgt die niet belastbaar zijn in België, en; waarvan de inkomsten krachtens de fiscale wetgeving van het land waar deze vennootschap is gevestigd, worden verondersteld rechtstreeks te zijn behaald of verkregen door de aandeelhouders of vennoten van deze vennootschap;

de volgende rechtsvormen:Liechtenstein: Stiftung; Liechtenstein: Anstalt; Luxemburg: Société de gestion Patrimoine Familiale; Luxemburg: Fondation Patrimoniale.

Al deze juridische constructies zijn dus onderworpen aan de kaaimantaks.

Kaaimantaks sinds 1 januari 2015

De Programmawet van 10 augustus 2015 heeft de kaaimantaks (doorkijkbelasting) ingevoerd. Daardoor worden inkomsten van buitenlandse juridische constructies (incl. vennootschappen die niet belast worden aan een tarief van minimum 15%) sinds 1 januari 2015 (aj. 2016) rechtstreeks belast in de personenbelasting (PB) of de rechtspersonenbelasting (RPB), in hoofde van de oprichter, zijn erfgenamen, derde begunstigden of aandeelhouders.
Ook de dividenden en liquidatieboni die deze vennootschappen uitkeren aan Belgische begunstigden zijn sindsdien belastbaar.
Er zijn wel heel wat uitzonderingen, zoals bv. voor (de meeste) constructies binnen de EER.
Juridische constructies die onderworpen zijn aan de kaaimantaks moeten gemeld worden in de PB- of RPB-aangifte.

Juridische constructie met rechtspersoonlijkheid

De kaaimantaks (en de aangifteplicht) is van toepassing op inkomsten die zijn verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari 2015 door:

juridische constructies zonder rechtspersoonlijkheid (trusts en fiduciaire verhoudingen) (art. 2, § 1, 13°, a), WIB 1992), en

juridische constructies met rechtspersoonlijkheid (vennootschappen, verenigingen, stichtingen,?) (art. 2, § 1, 13°, b), WIB 1992).

Het WIB 1992 definieert een 'juridische constructie met rechtspersoonlijkheid' als (art. 2, § 1, 13°, b), WIB 1992):
?enigerlei vennootschap, vereniging, inrichting, instelling of entiteit, die rechtspersoonlijkheid bezit, en die, krachtens de bepalingen van de wetgeving van de Staat of het rechtsgebied waar hij gevestigd is, aldaar ofwel niet aan een inkomstenbelasting is onderworpen ofwel onderworpen is aan een inkomstenbelasting die minder dan 15% bedraagt van het belastbaar inkomen van deze juridische constructie dat wordt vastgesteld overeenkomstig de regels die van toepassing zijn voor het vestigen van de Belgische belasting op daarmee overeenstemmende inkomsten.?

Alle in deze definitie bedoelde rechtsvormen die gevestigd zijn in een land of rechtsgebied dat behoort tot de EER, zijn geen juridische constructie.
Dit echter met uitzondering van de gevallen die werden vastgelegd bij KB (nl. het ?oude? KB van 23 augustus 2015).

Het 'oude' KB van 23 augustus 2015 werd nu volledig vervangen door een nieuw KB van 18 december 2015 dat de uitzonderingsgevallen ruimer omschrijft en ook 2 nieuwe definities opneemt.

Verbonden personen

Het KB van 18 december 2015 viseert nu ook de ?instellingen, entiteiten en vennootschappen waarvan de rechten door één persoon, of meerdere met elkaar verbonden personen, worden aangehouden, in voorkomend geval per afzonderlijk compartiment beschouwd? (art. 2, § 1, 13°/1, WIB 1992; art. 102, b), wet op de jobcreatie).

Personen worden hierbij geacht verbonden te zijn met andere personen indien (nieuw lid 3 in art. 2, § 1, 13°/1, WIB 1992; art. 102, b), wet op de jobcreatie):

één of meerdere natuurlijke of rechtspersonen over een andere rechtspersoon controle uitoefenen als bedoeld in artikel 5 van het Wetboek van vennootschappen, of

deze personen bloed- of aanverwanten tot in de vierde graad zijn, of,

deze personen met elkaar gehuwd zijn, wettelijk samenwonen, of hun woonplaats of de zetel van hun fortuin op hetzelfde adres hebben gevestigd.

Vennootschappen die niet transparant worden behandeld

Vervolgens viseert het KB van 18 december 2015 ook de vennootschappen die naar Belgisch fiscaal recht niet transparant worden behandeld, maar die krachtens het fiscale recht van de EER-lidstaat waar ze zijn gevestigd wel fiscaal transparant worden behandeld (vennootschappen die niet in het toepassingsgebied van art. 29, § 2, WIB 1992 zijn begrepen?; de zgn. hybride vennootschappen).
De Société en Commandite Simple naar Luxemburgs recht is een voorbeeld van een dergelijke vennootschap.

Om de proportionaliteit te waarborgen, wordt evenwel voorzien dat de kaaimantaks slechts van toepassing is in de mate dat de bedoelde rechtspersoon Belgische inkomsten verkrijgt en deze inkomsten niet eerder aan de Belgische inkomstenbelasting werden onderworpen. Inkomsten die worden behaald of verkregen in een Belgische vaste inrichting en die dus aan de belasting van niet-inwoners (BNI) zijn onderworpen, vallen dus buiten het toepassingsgebied van deze bepaling.

Luxemburgse 'Fondation Patrimoniale'

Tenslotte herneemt het KB van 18 december 2015 de rechtsvormen die al in het 'oude' KB van 23 augustus 2015 stonden.
Deze lijst werd echter uitgebreid met de 'Fondation Patrimoniale' naar Luxemburgs recht. De toevoeging van deze rechtsvorm wordt onder meer verantwoord door haar uitzonderlijk fiscaal regime en het toepassingsgebied dat de Luxemburgse Staat met deze rechtsvorm beoogt.

In werking

Het KB van 18 december 2015 is van toepassing op de inkomsten die vanaf 1 januari 2015 werden verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie en, wat de toepassing van de roerende voorheffing of bedrijfsvoorheffing betreft, op de inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 februari 2016.

Het KB van 18 december 2015 heft het ?KB van 23 augustus 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992? volledig op.

Bron: Koninklijk Besluit van 18 december 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 29 december 2015 (EER-KB).

Zie ook:
- Koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 28 augustus 2015 (opgeheven vanaf 1 januari 2015 voor inkomsten verkregen, toegekend of betaalbaar gesteld door een juridische constructie).
- Koninklijk besluit van 23 augustus 2015 tot uitvoering van artikel 2, § 1, 13°, b, derde lid van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 28 augustus 2015.
- Programmawet van 10 augustus 2015, BS 18 augustus 2015 (art. 38-47)

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]