Witwasreglement voor leasingondernemingen

Sinds 2 januari 2016 geldt er een witwasreglement voor leasingondernemingen. Dat bevat strenge regels op het vlak van identificatie van cliënten, lasthebbers en uiteindelijk begunstigden. En het verplicht de leasingondernemingen onder meer ook om een strikt cliëntacceptatiebeleid te voeren, om een toezichtssysteem uit te werken waarmee ze 'atypische verrichtingen' kunnen opsporen, en om een verantwoordelijke aan te stellen die de toepassing van de antiwitwaswet volgt.

Leasingondernemingen

Het nieuwe witwasreglement geldt voor ondernemingen die gespecialiseerd zijn in roerende en/of onroerende financieringshuur ('leasing'). Om met hun activiteiten te kunnen starten, hebben deze leasingondernemingen een erkenning nodig van de minister van Economische Zaken.

Identificatie cliënten

De leasingondernemingen moeten hun cliënten - zowel natuurlijke personen als rechtspersonen - identificeren en hun identiteit controleren.

Identificatie is verplicht:

vooraleer de leasingonderneming ofwel zelf, ofwel via dezelfde tussenpersoon, zoals de verkoper van het goed, één of meerdere leasingovereenkomsten afsluit met de cliënt voor één of meerdere goederen waarvan de totale prijs 10.000 euro (excl. btw) of meer bedraagt;

als er een vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme bestaat:

als de leasingonderneming twijfelt aan de waarachtigheid of de juistheid van de identificatiegegevens van een reeds geïdentificeerde cliënt.

De leasingonderneming moet de identificatiegegevens van haar cliënten waarover ze beschikt, permanent verifiëren en actualiseren.

Het witwasreglement omschrijft hoe de leasingondernemingen de identiteit van natuurlijke personen, van rechtspersonen, van cliënten zonder rechtspersoonlijkheid of van cliënten in onverdeeldheid, van trusts en van fiduciaires moet controleren.

Identificatie lasthebbers

De leasingondernemingen moeten ook de lasthebbers identificeren, hun identiteit verifiëren en hun gegevens actualiseren. Dit volgens dezelfde regels die gelden voor hun cliënten.
Ze moeten ook kennis nemen van de vertegenwoordigingsbevoegdheden van de lasthebber en ze verifiëren aan de hand van bewijsstukken.

Met 'lasthebbers' worden bedoeld:

de personen die krachtens een algemene of bijzondere lastgeving gemachtigd zijn om op te treden in naam van een cliënt;

de personen die gemachtigd zijn om op te treden als vertegenwoordiger van een cliënt in zijn relaties met de leasingonderneming wanneer die cliënt een rechtspersoon, een feitelijke vereniging of enige andere juridische structuur zonder rechtspersoonlijkheid is.

Identificatie 'uiteindelijke begunstigden'

De cliënten of hun lasthebber moeten de identiteit van hun uiteindelijke begunstigden meedelen, alsook de eigendoms- en vertegenwoordigingsstructuur van de onderneming.
Die mededeling kan gebeuren op basis van een vragenlijst (op papier of elektronisch) die de leasingonderneming aan de cliënt bezorgt en waarvan de Belgische Leasingvereniging (BLV), in onderling overleg met de FOD Economie, het model kan opmaken.

De uiteindelijke begunstigden moeten worden geïdentificeerd en hun gegevens moeten worden geactualiseerd op dezelfde momenten als de cliënten.

Voor de identificatie van de uiteindelijke begunstigden is het noodzakelijk hun naam en voornaam te kennen en, in de mate van het mogelijke, hun geboortedatum en plaats, en hun adres.

Het witwasreglement preciseert hoe de leasingondernemingen de identiteit van de uiteindelijke begunstigde moeten controleren.

Cliëntacceptatiebeleid

De leasingondernemingen moeten een aan hun activiteiten aangepast cliëntacceptatiebeleid uitstippelen en implementeren. Het moet hen in staat stellen om het sluiten van de leasingovereenkomsten met de cliënten te onderwerpen aan een voorafgaand onderzoek naar de reputatierisico's die zijn verbonden aan het profiel van de cliënt en aan de aard en de waarde van de in leasing genomen goederen.

Het cliëntacceptatiebeleid moet de onderneming ook in staat stellen haar volledige medewerking te verlenen aan de voorkoming van witwassen van geld en financiering van terrorisme door een passende bewustwording omtrent en een passend onderzoek van de kenmerken van de nieuwe cliënten.

Schriftelijk verslag, mededeling aan CFI en waakzaamheidsplicht

De leasingonderneming stelt een schriftelijk verslag op over elke atypische verrichting of elk atypisch feit. De antiwitwasverantwoordelijke bewaart dit verslag gedurende minimum 5 jaar en stelt het ter beschikking van de FOD Economie als die erom verzoekt.

Bij een vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme stelt de leasingonderneming een schriftelijk verslag op, dat ze bewaart, en brengt ze de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) op de hoogte.

Wanneer de leasingonderneming ondanks de opgemerkte atypische verrichtingen of feiten, of ondanks de vermoedens van witwassen van geld of financiering van terrorisme een leasingovereenkomst wenst af te sluiten of te behouden, oefent ze verscherpte waakzaamheidsmaatregelen uit zoals:

het verkrijgen van nadere informatie over de cliënt (bv. beroep, activavolume, beschikbare gegevens in openbare databanken, op internet, enz.);

het regelmatiger actualiseren van de identificatiegegevens van de cliënt en van de uiteindelijke begunstigde;

het verkrijgen van nadere informatie over de redenen waarom de cliënt een leasingovereenkomst wil afsluiten;

het verkrijgen van informatie over de oorsprong van het geld of van het vermogen van de cliënt;

het verkrijgen van informatie over de boekhouding van de cliënt (bv. een steekproef van facturen);

de toestemming van de hoge leiding om de leasingovereenkomst aan te gaan of voort te zetten indien de cliënt een politiek prominente persoon is;

het opvoeren van het aantal en van de frequentie van de controles en het selecteren van verrichtingsschema?s waarvoor grondiger onderzoek noodzakelijk is;

de uitvoering van de eerste betaling via een rekening op naam van de cliënt bij een bank waarvoor door de wet vastgestelde of gelijkaardige waakzaamheidsnormen gelden.

Wanneer de leasingonderneming ondanks vermoedens een leasingovereenkomst wenst af te sluiten, wacht ze bovendien tot de termijn voor verzet waarover de CFI beschikt, verstreken is.

Bewaring documenten

De leasingondernemingen moeten de identificatiedocumenten van hun cliënten, lasthebbers en uiteindelijk begunstigden bewaren gedurende ten minste 5 jaar na het einde van de leasingovereenkomst.

Jaarlijks activiteitenverslag

De leasingonderneming stelt minstens één keer per jaar een schriftelijk of elektronisch activiteitenverslag op, op basis van het model uitgewerkt door de FOD Economie. Ze bezorgt het verslag aan de FOD Economie, uiterlijk op 30 juni van het volgende jaar.
De leasingonderneming moet haar activiteitenverslag gedurende 5 jaar bewaren.

Opleiding en sensibilisering werknemers

De leasingonderneming zorgt voor opleiding en sensibilisering van haar werknemers die in contact komen met cliënten, waarbij er vragen over het witwassen van geld en de financiering van terrorisme kunnen worden gesteld.
De werknemers worden op de hoogte gebracht van de te volgen procedures bij de voorlegging van de schriftelijke verslagen van de antiwitwasverantwoordelijke(n) en van de termijnen waarbinnen die verslagen moeten worden bezorgd.

Antiwitwasverantwoordelijke

De leasingonderneming is verplicht om een of meerdere antiwitwasverantwoordelijke(n) aan te stellen. Deze persoon moet professioneel betrouwbaar zijn, over de vereiste beroepservaring beschikken, en een voldoende kennis hebben van de antiwitwaswetgeving.

De antiwitwasverantwoordelijke ziet erop toe dat de leasingonderneming al haar verplichtingen nakomt op het vlak van de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Hij houdt zich voornamelijk bezig met het vaststellen van de procedures voor interne controle, informatieverstrekking en centralisatie van de gegevens om witwasverrichtingen beter te kunnen opsporen en verhinderen. Hij ziet ook toe op de opleiding en sensibilisering van het personeel.
Hij stelt het schriftelijk verslag op over de atypische verrichtingen en het synoptisch jaarverslag op, of superviseert het opstellen van beide verslagen.

De antiwitwasverantwoordelijke zal de verdachte transacties melden aan de CFI. Hij zal de informatie verwerken die de leasingonderneming van het CFI ontvangt. En hij is de contactpersoon voor de toezichthoudende overheid (FOD Economie) en de CFI.

Betalingen in contanten

Indien de leasingonderneming betalingen in contanten aanvaardt, vermeldt ze schriftelijk, vóór of op de leasingovereenkomst, het maximumbedrag dat volgens de wet in contanten mag worden betaald, en verduidelijkt ze dat dit bedrag geldt voor de volledige leasingovereenkomst.

Sancties

Leasingondernemingen die het witwasreglement niet naleven, riskeren sancties en/of een geldboete (hoofdstuk V. en hoofdstuk VI., wet van 11 januari 1993).

Overgangsbepalingen

De leasingondernemingen krijgen tot 2 juli 2016 de tijd om:

de cliënten waarmee op 2 januari 2016 een leasingovereenkomst liep, te identificeren;

het cliëntacceptatiebeleid en haar waakzaamheidsplicht toe te passen;

haar werknemers op te leiden en te sensibiliseren, en

een antiwitwasverantwoordelijke aan te stellen.

In werking

Het KB van 23 oktober 2015, waarbij het witwasreglement voor leasingondernemingen wordt goedgekeurd, trad in werking op 2 januari 2016.

Het nieuwe witwasreglement zit als bijlage bij het KB van 23 oktober 2015.

Bron: Koninklijk besluit van 23 oktober 2015 tot goedkeuring van het reglement genomen in uitvoering van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, aangaande leasingondernemingen, BS 23 december 2015.

Zie ook:
- Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, BS 9 februari 1993 (antiwitwaswet)
- Ministerieel besluit van 20 september 2012 tot bepaling van de voorwaarden tot erkenning van de ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur, BS 25 september 2012.
- Koninklijk besluit nr. 55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur, BS 14 november 1967 (financieringshuurbesluit) (art. 1 en art. 2, § 1)

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]