Fiscus actualiseert 'lijst van belastingparadijzen'

De belastingadministratie heeft de 'lijst van staten zonder of met een lage belasting' geactualiseerd. Op deze zgn. 'lijst van belastingparadijzen' staan nu 30 landen. De nieuwe lijst zit als bijlage bij het KB van 1 maart 2016.

Sinds 1 januari 2010 moeten belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting (Ven.B.) of de BNI/vennootschappen (BNI/venn.), alle betalingen aangeven die zij rechtstreeks of onrechtstreeks doen aan personen die gevestigd zijn in 'landen zonder of met een lage belasting', de zgn. belastingparadijzen (art. 307, § 1, lid 5 tot 8, WIB 1992). De fiscus wil zo deze verrichtingen efficiënter controleren.
De belastingadministratie heeft nu de lijst van de 'landen zonder of met een lage belasting' geactualiseerd. Deze landen zijn landen waarvan het nominaal tarief van de vennootschapsbelasting lager is dan 10%. Maar ook landen die niet voldoen aan de OESO-standaard voor de uitwisseling van fiscale inlichtingen, worden hier beschouwd als belastingparadijs.

De vennootschappen moeten geen aangifte doen als het totaal van de betalingen m.b.t. de verrichtingen minder bedraagt dan 100.000 euro per belastbaar tijdperk (art. 307, § 1, lid 8, WIB 1992).

Lijst belastingparadijzen

Op de nieuwe lijst van belastingparadijzen staan 30 landen (wijziging art. 179, KB/WIB 1992; art. 1, KB van 1 maart 2016).

De belastingadministratie heeft de oorspronkelijke lijst uitgebreid met 5 staten: de Marshalleilanden, Oezbekistan, de Pitcairneilanden, Somalië en Turkmenistan.

Drie staten werden geschrapt van de lijst: Andorra, de Maldiven en Moldavië.
Ook de eilanden Jethou en Sark komen niet meer op de lijst voor omdat zij staatsrechtelijk behoren tot het baljuwschap Guernsey. De verwijzing naar dit baljuwschap volstaat dus om betalingen aan personen die gevestigd zijn op één van deze eilanden onder het toepassingsgebied van de aangifteplicht te brengen.

Op de nieuwe lijst van belastingparadijzen staan de landen zonder Ven.B. of waarvan het nominaal tarief van de Ven.B. lager is dan 10%. Een land waar een tarief bestaat dat hoger is dan 10%, maar dat slechts geldt voor bepaalde sectoren, en dus afwijkt van het gemeenrechtelijke tarief, is toch ook op de lijst gezet. Dat is vaak het geval voor oliemaatschappijen (Bahrein, Verenigde Arabische Emiraten) of financiële instellingen (op Guernsey, Jersey of het eiland Man bv. belast aan 10 of 20%, tegenover 0% voor andere vennootschappen).
De fiscus beschouwt ook Monaco als een belastingparadijs, omdat ondernemingen daar alleen aan inkomstenbelasting onderworpen worden als ze welbepaalde activiteiten verrichten (voornamelijk industriële en commerciële ondernemingen die minstens 25% van hun omzet realiseren via activiteiten buiten Monaco).

Maar ook staten die niet voldoen aan de OESO-standaard voor de gegevensuitwisseling, worden beschouwd als belastingparadijs. Het Mondiaal Forum van de OESO beslist of een land deze OESO-standaard effectief toepast.

Aftrekbaarheid betalingen aan belastingparadijzen

Betalingen aan belastingparadijzen zijn niet aftrekbaar in de Ven.B., tenzij ze aangegeven zijn op de hierboven beschreven manier én de belastingplichtige bewijst dat het om werkelijke en oprechte verrichtingen gaat (en niet om artificiële constructies) (art. 198, punt 10°, WIB 1992).

Zwarte lijst DBI

Deze herziene lijst met belastingparadijzen, die nu wordt ingevoegd in artikel 179 van het KB/WIB 1992, mag niet verward worden met de 'lijst met verdachte landen' die is opgenomen in artikel 73(4quater) van het KB/WIB 1992.
Op deze laatste lijst staan de landen 'waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België' (art. 203, § 1, lid 1, 1°, WIB 1992). Dat komt neer op een effectief of nominaal gemeenrechtelijk Ven.B.-tarief van minder dan 15%. Dividenden uit die landen komen niet in aanmerking voor DBI-aftrek.

In werking

Het KB van 1 maart 2016 is van toepassing op betalingen gedaan vanaf 1 januari 2016.
Het is echter niet van toepassing op de betalingen gedaan in de loop van een belastbaar tijdperk dat werd afgesloten vóór 1 april 2016.

Bron: Koninklijk besluit van 1 maart 2016 tot wijziging van artikel 73(4quater) van het KB/WIB 92 betreffende de lijst van landen waar de gemeenrechtelijke bepalingen inzake belastingen aanzienlijk gunstiger zijn dan in België, BS 10 maart 2016.

Zie ook:
- Koninklijk besluit van 6 mei 2010 ter uitvoering van artikel 307, par. 1, derde tot zesde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 betreffende de lijst van Staten zonder of met een lage belasting, BS 12 mei 2010
- Koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, BS 13 september 1993 (KB/WIB 1992) (art. 179)
- Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), BS 30 juli 1992 (art. 307, § 1, vijfde lid, b))
- Programmawet van 23 december 2009, BS 30 december 2009 (art. 128, art. 133, art. 134 en art. 136).

We use cookies to record your language preference and enhance your surfing experience. Know more[OK]