Statuut en toezicht vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies bijgewerkt

De wet van 25 oktober 2016 actualiseert het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. Daarnaast herziet ze de regels voor de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf. Deze wet treedt in werking op 28 november 2016.

Doel en definities

De wet van 25 oktober 2016 regelt:

de toegang tot de beleggingsactiviteiten en tot de verlening van beleggingsdiensten;

de vergunningsprocedure, de vergunningsvoorwaarden, de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden voor en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;

de beleggersbeschermingsregeling waaraan de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van alternatieve instellingen voor collectieve belegging AICB?s en de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging (ICB?s) moeten deelnemen, en

de toegang tot de deviezenhandel.

Ze actualiseert de 'wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen', die deze voordien regelde.
Daarbij nam ze grote delen van deze wet over, behalve de bepalingen over het statuut van en het toezicht op de beursvennootschappen.
Met ingang van 28 november 2016 wordt de 'wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen' dan ook opgeheven.

De wet van 25 oktober 2016 zet ook gedeeltelijk vier Europese richtlijnen om in Belgisch recht: richtlijn 2013/36/EU, richtlijn 2011/89/EU, richtlijn 2004/39/EG en richtlijn 97/9/EU.

Beleggingsdiensten en -activiteiten

'Beleggingsdiensten en -activiteiten' worden voortaan gedefinieerd als iedere hierna genoemde dienst of activiteit die betrekking heeft op financiële instrumenten:

het ontvangen en doorgeven van orders met betrekking tot één of meer financiële instrumenten, inclusief het met elkaar in contact brengen van twee of meer beleggers waardoor tussen deze beleggers een verrichting tot stand kan komen;

het uitvoeren van orders voor rekening van cliënten;

het handelen voor eigen rekening;

vermogensbeheer;

beleggingsadvies;

het overnemen van financiële instrumenten en/of plaatsen van financiële instrumenten met plaatsingsgarantie;

het plaatsen van financiële instrumenten zonder plaatsingsgarantie, en

het uitbaten van multilaterale handelsfaciliteiten.

Toezicht
De Nationale Bank van België (NBB) staat niet alleen in voor het toezicht op de beursvennootschappen naar Belgisch recht, maar ook voor de buitenlandse beleggingsondernemingen die, conform het recht waaronder zij ressorteren, beleggingsdiensten mogen verstrekken of beleggingsactiviteiten mogen verrichten die in Belgisch recht zijn voorbehouden aan beursvennootschappen. Bijgevolg zijn niet alleen de activiteiten relevant die in België worden uitgeoefend, maar ook de activiteiten die in het land van herkomst onder de vergunning vallen.

De Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten (FSMA) houdt toezicht op de Belgische én buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies. 'Buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies' zijn alle beleggingsondernemingen naar buitenlands recht (ongeacht of het daarbij gaat om het recht van een lidstaat of van een derde land), die niet voldoen aan de definitie van 'buitenlandse beursvennootschap' en dus niet onder het toezicht van de NBB vallen. Het gaat dus om buitenlandse beleggingsondernemingen die, conform het recht waaronder zij ressorteren, geen diensten mogen verstrekken of activiteiten verrichten die in Belgisch recht aan de beursvennootschappen zijn voorbehouden.

Toegang tot de uitoefening van beleggingsactiviteiten en tot het beleggingsdienstenbedrijf

Marktondernemingen die MTF exploiteren
Marktondernemingen die een multilateriale handelsfaciliteit (MTF) willen exploiteren, hebben hiervoor de toestemming nodig van de FSMA.
De FSMA stelt een lijst op van de marktondernemingen die toestemming hebben gekregen om een MTF te exploiteren, en vermeldt daarbij om welke MTF's het gaat. De FSMA publiceert die lijst en de wijzigingen die erin worden aangebracht op haar website, en maakt deze lijst over aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
De wet van 25 oktober 2016 somt de instellingen, ondernemingen en personen op waarvoor deze regel niet geldt (art. 4).

Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht
Beleggingsondernemingen naar Belgisch recht moeten, vooraleer ze starten met hun werkzaamheden, ofwel van de NBB een vergunning als beursvennootschap, ofwel van de FSMA een vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies krijgen. En dit ongeacht de plaats waar zij hun werkzaamheden zullen uitoefenen.
Er kan geen vergunning als beleggingsonderneming worden verstrekt voor het uitsluitend verrichten van nevendiensten.

De toezichthoudende overheden stellen een lijst op van de beleggingsondernemingen waaraan een vergunning werd verleend. Ze publiceren die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen op hun website. De FSMA bezorgt de lijst en de wijzigingen daarin aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
De lijst van de beleggingsondernemingen naar Belgisch recht is opgedeeld in twee rubrieken: beursvennootschappen en vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.
De lijst vermeldt de beleggingsdiensten en de andere diensten die de beleggingsondernemingen mogen verrichten. In de lijst wordt ook aangegeven of de beursvennootschap bevoegd is om op te treden als bewaarder voor financiële instrumenten van verzekeringsondernemingen, voor ICB's en voor kredietinstellingen voor zover deze laatste handelen voor hun cliënten. De lijst kan worden onderverdeeld in subrubrieken en kan andere diensten vermelden. Een bijlage bij deze lijst vermeldt de financiële holdings naar Belgisch recht.

De wet van 25 oktober 2016 somt ook op wie in België openbaar volgende termen mag gebruiken:

beleggingsonderneming;

beursvennootschap;

vermogensbeheerder of vermogensbeheer;

beleggingsadviseur of beleggingsadvies.

Beleggingsondernemingen naar buitenlands recht

De wet van 25 oktober 2016 neemt de bestaande wetgeving over voor:

bijkantoren en dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren;

bijkantoren en dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingen die niet onder de Richtlijn 2004/39/EG vallen;

bijkantoren in België van beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van derde landen;

dienstverrichtingen in België van beleggingsondernemingen die ressorteren onder een derde land.

Statuut en toezicht vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies

Vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht
De FSMA levert de vergunning als vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies af.
De wet van 25 oktober 2016 heeft de vergunningsprocedure en de vergunningsvoorwaarden (rechtsvorm, aanvangskapitaal, aandeelhouders of vennoten, leiding, hoofdbestuur en beleggersbescherming) overgenomen uit de wet van 6 april 1995. De vereisten met betrekking tot de organisatie waarover een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies moet beschikken, komen ook grotendeels uit deze wet. Maar deze regeling is aangepast omdat de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies niet verplicht zijn om een erkend revisor aan te stellen, en zij geen gelden of financiële instrumenten mogen aanhouden die aan cliënten toebehoren.

Ook de bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden komen grotendeels uit de wet van 6 april 1995. Het gaat hier om voorwaarden voor:

het minimum eigen vermogen;

wijzigingen in de kapitaalstructuur;

leiding en leiders;

fusies en overdrachten;

verplichtingen en verbodsbepalingen (vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies mogen wel geen gelddeposito?s ontvangen);

opening van dochterondernemingen in het buitenland;

vrij verrichten van diensten in een andere EER-lidstaat;

reglementaire normen en verplichtingen, en

periodieke informatieverstrekking en boekhoudregels.

Ook de regels voor het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht zijn overgenomen uit de wet van 6 april 1995, mits enkele aanpassingen in de regeling van het geconsolideerd toezicht op deze vennootschappen en op het aanvullend toezicht op de financiële dienstengroepen.
De vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies naar Belgisch recht zijn niet verplicht om een revisor aan te stellen.
De FSMA kan aan een door haar aangestelde erkend revisor of aan de commissarissen belast met het toezicht op de rekeningen van een vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies vragen om haar, op kosten van deze vennootschap, een bijzonder verslag te bezorgen over de onderwerpen die zij bepaalt.

De regels voor de intrekking van een vergunning, de uitzonderingsmaatregelen, dwangsommen en bestuursrechtelijke sancties zijn eveneens overgenomen uit de wet van 6 april 1995. Ze gelden enkel voor de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.

Buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies

De wet van 25 oktober 2016 neemt grotendeels de regeling van het 'KB van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen' over, met name voor:

de bijkantoren en dienstverrichtingen in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren;

de bijkantoren en dienstverrichtingen in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, en die niet onder de richtlijn 2004/39/EG vallen;

de bijkantoren in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van derde landen;

de dienstverrichtingen in België van buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies die ressorteren onder het recht van een derde land.

Samenwerking tussen nationale autoriteiten
De regeling over de samenwerking tussen de nationale autoriteiten komt ook uit de wet van 6 april 1995.

Beleggersbeschermingsregelingen

Ook de beleggersbeschermingsregelingen komen grotendeels uit de wet van 6 april 1995.

De beleggersbeschermingsregeling bestaat voortaan uit twee luiken:

een luik voor schadeloosstelling telkens als er een teruggave of terugbetaling is van een financieel instrument, en

een luik voor schadeloosstelling, daar waar dit laatste luik vroeger werd gedekt door de depositobeschermingsregeling.

Het 'Garantiefonds voor Financiële Diensten' zal als enige het beheer en de verrichtingen van de beleggersbeschermingsregeling waarnemen.

De schadeloosstelling wanneer financiële instrumenten niet worden teruggegeven of terugbetaald is, zoals voordien, beperkt tot maximum 20.000 euro per belegger en per in gebreke blijvende vennootschap.

Ook het maximumbedrag van de schadeloosstelling voor het luik gelddeposito's blijft ongewijzigd behouden op maximum 100.000 euro per belegger en per in gebreke blijvende vennootschap.

Bemiddelaars inzake valutahandel

Vanaf 28 november 2016 zijn enkel gemachtigd om in België voor eigen rekening of als commissionair dan wel als lasthebber deviezen te verhandelen:

de Nationale Bank van België en de Europese Centrale Bank;

de kredietinstellingen naar Belgisch recht;

de buitenlandse kredietinstellingen die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen krachtens de ?wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen?;

de beursvennootschappen naar Belgisch recht bedoeld in titel II van het boek XII van de wet van 25 april 2014;

de buitenlandse beursvennootschappen die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen krachtens boek XII, titel III van de wet van 25 april 2014;

de betalingsinstellingen naar Belgisch recht waaraan de Bank een vergunning heeft verleend conform artikel 6 van de ?wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen?;

de betalingsinstellingen die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat die hun werkzaamheden in België mogen uitoefenen conform artikel 39 en volgende van de wet van 21 december 2009;

De Post.

Dit geldt niet voor verrichtingen voor de contante aankoop of verkoop van deviezen in contanten of met cheques in deviezen dan wel met gebruik van een krediet- of betaalkaart.

Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en informatieverstrekking

De regels voor de samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten en voor de informatieverstrekking zijn overgenomen uit de wet van 6 april 1995.

Strafrechtelijke sancties

En ook de strafrechtelijke sancties zijn, op een aantal aanpassingen na, overgenomen uit de wet van 6 april 1995.

Opheffings- en overgangsbepalingen

De wet van 25 oktober 2016 heft, met ingang van 28 november 2016, volgende wettelijke akten op:

de ?wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen?;

het ?KB van 20 december 1995 betreffende de buitenlandse beleggingsondernemingen?;

het ?KB van 17 juni 1996 tot verruiming van de grenzen waarbinnen de kredietinstellingen en beleggingsondernemingen aandelen en deelnemingen mogen bezitten?, en

het ?KB van 29 januari 1999 tot aanwijzing van de beleggingsondernemingen die moeten deelnemen aan een collectieve beschermingsregeling voor financiële instrumenten?.

Deze wet bevat ook diverse overgangsmaatregelen die de continuïteit moeten waarborgen van de huidige activiteiten van de Belgische en buitenlandse vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies.

Bron: Wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, BS 18 november 2016.

Zie ook:
- Wet van 25 oktober 2016 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen en houdende divers bepalingen, BS 21 november 2016.
- Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, Pb.L. 27 juni 2013, afl. 176, 338 (CRD IV-richtlijn).
- Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 houdende wijziging van de Richtlijnen 98/78/EG, 2002/87/EG, 2006/48/EG en 2009/138/EG betreffende het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat, Pb.L. 8 december 2011, afl. 326, 113 (FICOD I-richtlijn).
- Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad, Pb.L. 30 april 2004, afl. 145, 1-44.
- Richtlijn 97/9/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 maart 1997 inzake de beleggerscompensatiestelsels (BCS-richtlijn), Pb.L. 26 maart 1997, afl. 84, 22-31.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]