Afschaffing effecten aan toonder: Deposito- en Consignatiekas int boete voor wie nog toondereffecten terugvraagt

Een KB van 25 juli 2014 legt vast hoe de boete wordt berekend die een houder van voormalige effecten aan toonder, die zich alsnog meldt, moet betalen wanneer hij de teruggave vraagt van gedeponeerde bedragen of effecten.

Een KB van 25 december 2016 bepaalt nu op welke manier de Deposito- en Consignatiekas (?de Kas?) die boete int. Het wijzigt daartoe het KB van 25 juli 2014.

Boete

Een houder van voormalige effecten aan toonder die zich alsnog meldt en de teruggave vraagt van gedeponeerde bedragen of effecten, moet eerst een boete betalen. Die boete bedraagt 10% van het bedrag of van de tegenwaarde van de effecten voor elk begonnen jaar. Opgelet ! De boete loopt sinds 1 januari 2016.

Het KB van 25 juli 2014 (art. 1) legt vast dat deze boete wordt berekend op volgende tegenwaarden:

voor de verkochte effecten, op basis van de gewogen gemiddelde prijs die bij de verkoop van die effecten werd verkregen;

voor de effecten waarvan slechts een deel kon worden verkocht, op basis van de gewogen gemiddelde prijs die werd verkregen voor de effecten die konden worden verkocht;

voor de effecten waarvan geen enkele kon worden verkocht, op basis van: de laatste gekende koers op de dag dat de effecten bij de Deposito- en Consignatiekas werden gedeponeerd, indien die effecten op een markt worden toegelaten, of de richtprijs vastgesteld door de veilingmeester op het ogenblik dat die effecten te koop werden aangeboden, indien ze niet op een markt zijn toegelaten.

Deposito- en Consignatiekas int boete

De Deposito- en Consignatiekas int deze boete.

Ze wordt berekend:

op de datum dat de Kas de effecten in dezelfde vorm ontvangt als de effecten die te koop aangeboden werden krachtens artikel 11 van de ?wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder?, ofwel

op de datum dat de Kas het originele attest ontvangt dat de emittent aflevert en de conformiteit vaststelt van de neergelegde effecten met de vorm van de effecten die verkocht zijn krachtens artikel 11 van de ?wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder?.

De boete wordt dus voortaan berekend op de datum van ontvangst van de effecten door de Kas. Het gaat dus om de datum waarop de Kas de vraag ontvangt, en niet om de datum waarop de personen (particulieren) hun effecten bij een bank hebben neergelegd om er de teruggave van te vragen, want de bank moet deze aanvraag nog naar de Kas sturen.

De effecten zijn overigens niet altijd geregulariseerd. Men moet een aantal stappen doorlopen om de uiteindelijke samenstelling van de effecten te kennen, en dat kan tijd vergen. Om de gewone teruggaveprocedure te kunnen starten, moet de Kas in bezit zijn van het attest dat door de emittent of zijn gevolmachtigde afgeleverd wordt (bewijs dat de effecten geregulariseerd zijn) en van de te regulariseren effecten.

Boete niet tijdig betaald?

Is de boete niet betaald vóór het einde van de maand die volgt op de maand waarin de berekening van de boete werd gecommuniceerd, dan wordt de aanvraag tot teruggave van de gedeponeerde bedragen of effecten als onbestaande beschouwd.

De houder van de toondereffecten moet dan een nieuwe aanvraag indienen en de boete zal opnieuw berekend worden.
De berekening zal uiteraard dezelfde zijn in hetzelfde jaar, maar de datum van de aanvraag blijft belangrijk, aangezien hij enerzijds de aard van de teruggave kan bepalen (hetzij een inschrijving op naam indien de onverkochte effecten nog beschikbaar zijn, hetzij een som geld indien dit niet langer het geval is), en anderzijds de berekening van de boete kan doen verschillen indien het om een nieuw jaar gaat.

Wijziging opschrift KB van 25 juli 2014

Op vraag van de Raad van State wijzigt het KB van 25 december 2016 het opschrift van het KB van 25 juli 2014, om aan te duiden dat dit besluit voortaan niet enkel de berekening maar nu ook de innigswijze van de boete regelt.

Het nieuwe opschrift van het KB van 25 juli 2014 luidt voortaan:
?Koninklijk besluit van 25 juli 2014 tot uitvoering van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, tot bepaling van de berekening en de inningswijze van de boete?.

Geen effecten aan toonder meer

De wet van 14 december 2005 heeft ervoor gezorgd dat er sinds 1 januari 2008 nog enkel effecten op naam of gedematerialiseerde effecten kunnen worden uitgegeven in ons land. Effecten aan toonder zijn sinds dan verboden. Sinds 1 januari 2008 mogen ook effecten aan toonder die op een effectenrekening zijn ingeschreven en effecten die in het buitenland zijn uitgegeven of die beheerst worden door buitenlands recht, niet meer materieel geleverd worden.

Houders van effecten aan toonder waren verplicht om deze effecten ten laatste op 31 december 2013 om te zetten in effecten op naam of in gedematerialiseerde effecten.

Gedwongen verkoop toondereffecten

Om te vermijden dat er effecten blijven bestaan waarvan de houders voor onbepaalde tijd ongekend blijven, riep de wetgever een mechanisme voor de gedwongen verkoop van effecten in het leven.
Vanaf 1 januari 2015 moest de emittent de niet-opgevraagde effecten die op een gereglementeerde markt werden toegelaten, verkopen op een gereglementeerde markt.
De effecten die niet tot de verhandeling op een gereglementeerde markt werden toegelaten, en waarvan de rechthebbende zich niet had bekendgemaakt op de dag van de verkoop, moest de emittent vanaf 1 januari 2015 verplicht openbaar verkopen.

Overdracht netto-opbrengst verkoop

Konden de effecten verkocht worden, dan mocht de emittent van de opbrengst eerst de kosten aftrekken die hij moest maken om de effecten om te zetten en voor het openen en beheren van de effectenrekening. De netto-opbrengst van elke verkoopronde moest hij onmiddellijk bij de Deposito- en Consignatiekas deponeren in de vorm van een vrijwillige deposito op naam van de Kas.

Overdracht niet-verkochte effecten

Effecten die op 30 november 2015 geen koper vonden, bleven bij de emittent tot hun overdracht aan de Deposito- en Consignatiekas.

Tussen 1 en 31 december 2015 heeft de emittent de onverkochte effecten gedeponeerd bij de Deposito- en Consignatiekas. Deze deponering nam de vorm aan van een inschrijving van de effecten op naam van de Kas in het register van de effecten op naam van de emittent.

Start teruggave

De Deposito- en Consignatiekas startte op 1 februari 2016 met de teruggave van de gedeponeerde bedragen afkomstig van de (gedwongen) verkoop van toondereffecten en van de onverkochte toondereffecten.
De minister van Financiën legde deze datum vast in een bericht dat verscheen in het Belgisch Staatsblad van 26 februari 2016.

In het KB van 25 juli 2014 stond dat deze teruggave ten vroegste zou aanvangen op 1 januari 2016 en dat de minister van Financiën de juiste aanvangsdatum zou aankondigen via de publicatie van een ?advies? in plaats van een ?bericht? in het Belgisch Staatsblad.

Een tweede KB van 25 december 2016 corrigeert nu deze taalfout in artikel 9 van het ?KB van 25 juli 2014 tot uitvoering van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, tot vastlegging van de nadere regels voor de verkoop door de emittent, voor de overdracht van de opbrengst van die verkoop en van de onverkochte effecten aan de Deposito- en Consignatiekas en voor de teruggave van die effecten?.

De Kas geeft slechts gevolg aan een verzoek tot teruggave na inning van de verschuldigde boete. Aan de aanvrager, geeft ze prioritair de eventuele niet-verkochte effecten terug en daarna de bedragen afkomstig van de verkoop van de effecten.

1 januari 2026?

Op 1 januari 2026 worden de bedragen van de verkoop van niet-opgevraagde effecten die bij de Deposito- en Consignatiekas zijn gestort, en waarvoor geen teruggave werd gevraagd, aan de Staat toegekend.
De emittent kan de niet-opgevraagde effecten die zijn ingeschreven bij de Kas, en waarvoor er op 31 december 2025 geen teruggave werd gevraagd, terugkopen. Hij moet de Kas schriftelijk op de hoogte brengen dat hij van plan is om de effecten terug te kopen. De Staat zal hem dan vragen om binnen de 15 dagen na de verzending van deze uitnodiging, tegen een door de Koning vastgestelde minimumprijs een bod uit te brengen.

Ter info: emittenten die de regels voor de storting van de bedragen uit de verkoop van de niet-opgevraagde effecten en voor de neerlegging van de onverkochte effecten bij de Deposito- en Consignatiekas niet respecten, riskeren een geldboete van 200 tot 100.000 euro.

In werking

Het KB van 25 december 2016 treedt in werking op 12 januari 2017, de dag van zijn publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Ook het tweede KB van 25 december 2016, dat een taalfout corrigeert in het KB van 25 juli 2014, treedt op 12 januari 2017 in werking.

Bron: Koninklijk besluit van 25 december 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 juli 2014 "tot uitvoering van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, tot vaststelling van de berekening van de boete", BS 12 januari 2017.

Bron: Koninklijk besluit van 25 december 2016 tot wijziging van het koninklijk besluit van 25 juli 2014 "tot uitvoering van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, tot vastlegging van de nadere regels voor de verkoop door de emittent, voor de overdracht van de opbrengst van die verkoop en van de onverkochte effecten aan de Deposito- en Consignatiekas en voor de teruggave van die effecten", BS 12 januari 2017.

Zie ook:
- Koninklijk besluit van 25 juli 2014 tot uitvoering van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, tot bepaling van de berekening en de inningswijze van de boete, BS 29 augustus 2014.
- FOD Financiën. Bericht over de aanvangsdatum van de teruggave door de Deposito- en Consignatiekas van de bedragen afkomstig van de verkoop alsook van de onverkochte effecten, BS 26 februari 2016.
- Koninklijk Besluit van 25 juli 2014 tot uitvoering van artikel 11 van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, tot vastlegging van de nadere regels voor de verkoop door de emittent, voor de overdracht van de opbrengst van die verkoop en van de onverkochte effecten aan de Deposito- en Consignatiekas en voor de teruggave van die effecten, BS 8 september 2014.
- Wet van 21 december 2013 tot wijziging van de wet van 24 juli 1921 op de ongewilde buitenbezitstelling van de titels aan toonder, van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder en van hoofdstuk V van de wet van 24 juli 2008 houdende diverse bepalingen (I), voor wat betreft de slapende safes, BS 31 december 2013;err. BS 14 mei 2014.
- Koninklijk besluit van 7 december 2007 tot aanpassing van de fiscale wetgeving en de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België aan de bepalingen van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, BS 12 december 2007.
- Koninklijk besluit van 26 april 2007 tot toepassing van de wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, BS 9 juli 2007.
- Wet van 14 december 2005 houdende afschaffing van de effecten aan toonder, BS 23 december 2005;err. BS 6 februari 2006 (art. 11)
- Grondwettelijk Hof. Arr. nr. 12/2015: Wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen (art. 61 tot 68 en 69, tweede lid) - Vernietiging - Rolnummer(s): 5451 - Fiscaal recht - Diverse rechten en taksen - Belasting op de omzetting van effecten aan toonder. Europees recht - Indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal - Verbod - Uitzonderingen.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]