Reprografieregels aangepast na arrest Hof van Justitie

Boek XI van het Wetboek van Economisch Recht over de ?reprografie? krijgt een grondige update. Onder meer de forfaitaire reprografievergoeding wordt afgeschaft en er wordt een eigen vergoedingsrecht gecreëerd voor uitgevers voor fotokopies. Aanpassingen die nodig zijn om tegemoet te komen aan de rechtspraak van het Hof van Justitie (zaak C-572/13).

Op 12 november 2015 oordeelde het Hof immers dat de Belgische reprografievergoedingen niet strookten met de Europese richtlijn informatiemaatschappij (2001/29/EG). Om heel wat verschillende redenen. Bij de vergoeding door middel van billijke compensatie wordt bijvoorbeeld geen onderscheid gemaakt naar de gebruiker en het doel van het gebruik, terwijl de schade die vergoed moet worden voor dat gebruik wel gedifferentieerd is. Daarnaast bepaalt de wet dat uitgevers die geen houders zijn van reproductierechten en dus geen schade lijden, toch recht hebben op een vergoeding wat er voor zorgt dat de wettige rechthebbenden (een deel van) hun vergoeding verliezen. Verder wordt bij het compensatiemechanisme geen onderscheid gemaakt tussen kopieën uit rechtmatige dan wel onrechtmatige bronnen en is de forfaitaire vergoeding gebaseerd op kopiesnelheid, terwijl niet iedereen wordt geacht om het maximum uit een apparaat te halen.

De reprografieregels worden gewijzigd om gevolg te geven aan het arrest. In die zin dat

de forfaitaire reprografievergoeding verdwijnt: wanneer een reproductie van een papieren of soortgelijke drager (input papier) op papier of op een soortgelijke drager (output papier) wordt verricht door een professionele eindgebruiker (bedrijf, bibliotheek, overheid) voor een ander gebruikt dan privégebruik is voortaan alleen de evenredige vergoeding verschuldigd;

reproducties in familiekring een uitzondering vormen voor privékopie: de forfaitaire vergoeding ter compensatie van de werkelijke schade die wordt veroorzaakt door reproducties op papier die in familiekring worden gemaakt, maken voortaan deel uit van het uitzonderingssysteem voor privékopieën. Het is dus niet meer mogelijk om een evenredige vergoeding te innen. Er is dus geen cumul meer van de forfaitaire en evenredige vergoeding;

er duidelijkheid komt voor kopieën van bladmuziek: de reprografievergoeding kan alleen de schade compenseren van reproducties die onder het toepassingsgebied vallen van de uitzodering voor reprografie. Ze omvat dus geen vergoeding voor kopieën uit illegale bron of kopieën van bladmuziek;

een eigen vergoedingsrecht wordt gecreëerd voor uitgevers voor fotokopieën: de wet omvat voortaan een recht op vergoeding van de uitgevers, onderscheiden van het recht op vergoeding voor reprografie van de auteurs en zonder negatieve invloed op de compensatie van de schade geleden door de auteurs als gevolg van de reproductie-handelingen die onder het toepassingsgebied van de uitzodering van de reprografie vallen. Het gaat dus om een vergoeding voor de reproductie van papieren of soortgelijke drager (input papier) naar papieren of soortgelijke drager (output papier). En niet om reproducties in digitale context.

Voor al deze regels zijn nog uitvoeringsbepalingen nodig. De wet zelf bevat dus geen datum van inwerkingtreding. Die wordt later duidelijk in de betreffende KB's.

Bron: Wet van 22 december 2016 tot wijziging van sommige bepalingen van het boek XI van het Wetboek van economisch recht, BS 29 december 2016.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]