Vlaanderen heeft vanaf 1 januari eigen Vlaams woninghuurdecreet

Het ?Vlaams woninghuurdecreet? brengt alle federale regels samen die te maken hebben met private huur, stemt die regels af op de eisen uit de Vlaamse Wooncode op het vlak van woonkwaliteit, woonzekerheid, woonomgeving en betaalbaarheid, en legt eigen accenten. Het decreet geldt vanaf 1 januari 2019. Ook al moeten de uitvoeringsbesluiten nog gepubliceerd worden.

Structuur

Het nieuwe decreet is opgebouwd uit 3 titels, aangevuld met een titel 4 en 5 met wijzigings- en slotbepalingen:

Titel 1. Algemene bepalingen (art. 1-4).

Titel 2. Huurovereenkomsten voor hoofdverblijfplaats (art. 5-52)

Titel 3. Huurovereenkomsten voor de huisvesting van studenten (art. 53-65)

Titel 4. Wijzigingsbepalingen (art. 66-78)

Titel 5. Slotbepalingen (art. 79-84)

Huurprijs, huurkost, huurlast

Titel 1 bevat het citeeropschrift ('Vlaams woninghuurdecreet').
Hier wordt het suppletieve karakter van het woninghuurdecreet benadrukt: voor alles wat niet geregeld wordt in het decreet of zijn uitvoeringsbesluiten, valt men terug op het Burgerlijk Wetboek.
Deze titel hamert ook op de verplichte bekendmaking van de huurprijs, kosten en lasten. Een verhuurder die zich daar niet aan houdt, riskeert een GAS-boete van 350 euro, in plaats van de huidige 200 euro.

Bij de start van de overeenkomst

Titel 2 focust op de huurovereenkomsten voor de hoofdverblijfplaats.
Deze titel preciseert bijvoorbeeld dat een verhuurder bij een kandidaat-huurder uitsluitend de gegevens mag opvragen die nodig zijn om na te gaan of de kandidaat aan zijn huurdersverplichtingen zal kunnen voldoen. Minister van Wonen Liesbeth Homans ziet dat wel ruim. Zo kan de verhuurder volgens haar ook eisen dat de kandidaat-huurder bewijst dat hij de laatste 3 maanden van zijn vorige huur heeft betaald. Want 'solvabilliteit is immers een selectiecriterium', benadrukt de minister.

Titel 2 zegt verder dat een huurovereenkomst schriftelijk moet worden aangegaan. Hij somt op wat er allemaal in de huurovereenkomst staan en maakt de plaatsbeschrijving bij de aanvang van de overeenkomst verplicht. De huurovereenkomst moet ook geregistreerd worden door de verhuurder.
De Vlaamse regering zal nog een vulgariserende toelichting bij de huurovereenkomst publiceren.

De huurwoning moet van bij de aanvang voldoen aan de minimale woonkwaliteitseisen van de Vlaamse Wooncode. Het conformiteitsattest kan daarin een belangrijke rol in spelen. Huurovereenkomsten voor niet-conforme woningen zijn nietig en de verhuurder zal de reeds ontvangen huurgelden moeten terugstorten. Eventueel na afhouding van een beperkte bezettingsvergoeding.

Duur en einde van de huurovereenkomst

De standaard blijft de huurovereenkomst van 9 jaar.
Ook al kunnen er huurovereenkomsten van korte duur gesloten worden. Dus overeenkomsten voor een duur van 3 jaar of minder. Nieuw is dat de huurder zo'n overeenkomst op elk moment kan opzeggen, mits hij een billijke vergoeding betaalt. De verhuurder kan dat niet. Ook niet voor persoonlijk gebruik.

De Vlaamse regering krijgt de bevoegdheid om een lijst op te stellen van onderhouds- en herstelverplichtingen die ofwel voor rekening van de verhuurder, ofwel voor rekening van de huurder zullen zijn. Zodat discussie uitgesloten is.
Ook voor het verdelen van de huurkosten en -lasten komt er zo'n lijst.
Huurder en verhuurder moeten allebei een brandverzekering afsluiten.
En de huurder is altijd aansprakelijk voor de schade die wordt aangebracht door huisgenoten of onderhuurders.

De huurwaarborg wordt opgetrokken naar 3 maanden huur.
Naast de huidige regimes van huurwaarborg komt er ook een systeem van renteloze en anonieme huurwaarborglening. De basis daarvoor wordt ingeschreven in de Vlaamse Wooncode en niet in het woninghuurdecreet.

Deze titel versoepelt verder de mogelijkheid om de huurprijs te herzien en de overeenkomst op te zeggen na energetische renovatiewerkzaamheden.

Einde van de overeenkomst

Volgens titel 2 gaat een opzegging altijd in op de eerste dag van de volgende maand.

Wanneer één van de partijen daarom verzoekt, moet er op het einde van de huurovereenkomst opnieuw een plaatsbeschrijving worden opgemaakt. Op tegenspraak en voor gezamenlijke rekening. En dit ten laatste bij het overhandigen van de sleutels.

Nog nieuw is dat het woninghuurdecreet een regeling bevat voor het geval de huurder of verhuurder overlijdt. Iets wat niet sluitend geregeld was in de federale woninghuurwet.

Titel 2 rondt af met een luik over medehuur: hoe kan een contractant uittreden en hoe kan een nieuwe contractant intreden? En op welke manier kunnen nog verschuldigde huurgelden gerecupereerd worden bij de andere huurders?

Huurovereenkomsten voor studenten

Titel 3 is van toepassing op studenten. Er een schriftelijk contract bestaan en een verplichte intredende plaatsbeschrijving. Als één partij daarom verzoekt, moet er ook een uittredende plaatsbeschrijving opgemaakt worden. En het 'studentenkot' moet voldoen aan de minimale woonkwaliteitseisen. De titel bevat verder bepalingen over de huurprijs, de indexatie en de samenstelling van de huurwaarborg.

Verhuurdersorganisaties en huurwaarborglening

Titel 4 'Wijzigingsbepalingen' creëert onder meer een rechtsgrond voor de erkenning en subsidiëring van de verhuurdersorganisaties en voor het invoeren van een renteloze en anonieme huurwaarborglening.

Vanaf 1 januari 2019

Het Vlaamse woninghuurdecreet treedt in werking op 1 januari 2019.
Alleen de bepalingen op de huurwaarborg van 3 maanden zullen pas in werking treden op een datum die de Vlaamse regering bepaalt.

De 'Vlaamse' regels gelden overigens alleen voor de nieuwe huurovereenkomsten. Schriftelijke huurovereenkomsten die gesloten werden vóór 1 januari 2019, blijven onder de oude federale regels vallen.

Bron: Decreet van 9 november 2018 houdende bepalingen betreffende de huur van voor bewoning bestemde goederen of delen ervan, BS 7 december 2018 [Vlaams woninghuurdecreet].

Zie ook:
Ontwerp van decreet.

We gebruiken cookies om uw taalvoorkeur bij te houden en surfervaring op deze website gemakkelijker te maken. Meer weten[OK]